Een manier om een ongrijpbaar proces te benoemen
Bewustzijn gedraagt zich niet lineair. Het is geen optelsom van gedachten of psychologie. Het beweegt eerder als een golf: het reageert op richting, spanning, druk, velddynamiek en waarneming.
Om die beweging helder te maken ontwikkelde ik een compact model met drie symbolen: I · V · O. Geen methode, maar een taal waarmee je onderliggende patronen zichtbaar maakt.
De drie krachten van het model
I · V · O beschrijft drie elementen die altijd met elkaar in interactie staan. Je kunt ze los benoemen, maar ze bestaan nooit los van elkaar.
I — De waarnemer
I is het punt van bewustzijn. Niet de identiteit, niet het verhaal, maar het knikpunt van waaruit je de wereld waarneemt. I is de plek waar keuze ontstaat en waar golf instort in vorm — vergelijkbaar met het waarnemen in het double-slit experiment.
V — De richting
V is de vector: de beweging die je maakt door het veld. Je kunt V zien als de boeg van een schip, de intentie waarmee je door het water snijdt. Richting bepaalt interferentie. Kleine verschuivingen in V veranderen hoe de wereld op je terug reageert.
O — Het veld
O is de omgeving, het veld waar je doorheen beweegt. O gedragen zich als water: het draagt, reageert, versterkt, dempt, interfereert en verandert continu met jouw aanwezigheid.
O is geen achtergrond — het is een dynamische kracht die bepaalt wat mogelijk is.
Het model werkt door interactie
I, V en O bestaan nooit geïsoleerd. Het gaat altijd om hun onderlinge beweging. Wanneer ze in coherentie zijn ontstaat flow; wanneer ze uit balans raken ontstaat ruis.
- I ↔ V: Wie waarneemt beïnvloedt richting.
- V ↔ O: Richting bepaalt hoe het veld reageert.
- O ↔ I: Het veld beïnvloedt hoe je bewustzijn zich vormt.
Deze drie interacties vormen samen een patroon dat je overal terugziet: in gesprekken, teams, leiderschap, herstelprocessen, besluitvorming, conflict en creatie.
Ervaring als formule
In het QBM gebruik ik regelmatig een simpele formule die laat zien hoe ervaring zich vormt:
Ervaring = Materie × (Bewustzijn)²
Niet bedoeld als exacte wiskunde, maar als richtinggevend principe: ervaring ontstaat wanneer de wereld (materie) interacteert met de kwaliteit van jouw bewustzijn (helderheid, richting, interferentie, staat).
Waarom dit model helpt
Het QBM helpt omdat het een taal geeft aan processen die meestal “onder de drempel” blijven. Mensen voelen wel dat iets klopt of schuurt, maar woorden ontbreken. Met I · V · O kun je die stille dynamiek zichtbaar maken.
- in gesprekken — waarom iets wel of niet landt
- in teams — waarom samenwerking stokt of juist stroomt
- in leiderschap — hoe richting invloed heeft op het hele veld
- in herstel — hoe een mens weer terugkomt in een dragende I
- in organisaties — hoe ruis ontstaat en waarom systemen uit balans raken
Het QBM is geen interventiemodel, maar een kijkraam. Het maakt zichtbaar waar coherentie kan ontstaan — en waar niet.
Een compact model voor een complexe werkelijkheid
I · V · O is klein in vorm, maar groot in reikwijdte. Niet omdat het alles verklaart, maar omdat het precies genoeg taal geeft om te gaan zien wat er onder de oppervlakte speelt.
Het is een fundament — geen dogma. Een manier van kijken — geen eindpunt.