Een kind onder de sterrenhemel
Als kind lag ik uren naar de sterren te kijken. Niet alleen uit verwondering, maar met een paar hardnekkige vragen die nooit meer echt zijn weggegaan:
- Wat is bewustzijn?
- Waarom bestaat er überhaupt iets in plaats van niets?
- Wat betekent leven – en wat betekent dood?
- Wat zijn wij voor het universum, en wat is het universum voor ons?
Sciencefiction werd mijn eerste filosofische taal. Schrijvers als Arthur C. Clarke en Isaac Asimov openden werelden waarin ruimte, tijd, technologie en bewustzijn anders werden gedacht dan in het dagelijks leven. Het waren geen ontsnappingsverhalen, maar oefenruimtes voor andere logica.
Rock-’n-roll, theater en lichtgolven
Twintig jaar lang werkte ik in theater en de wereld van rock-’n-roll. Licht, geluid, rook, ritme – alles is daar afhankelijk van golven. Kleine verschuivingen in fase, timing of intensiteit kunnen een hele show laten dragen of instorten.
Daar werd één ding duidelijk: de wereld bestaat niet uit losse dingen, maar uit bewegingen. Uit patronen van interferentie. Als één golf niet klopt, raakt het hele systeem uit balans. Die gevoeligheid voor onderliggende patronen is nooit meer weggegaan.
Zeilen: leren lezen wat je niet ziet
Ongeveer tegelijk leerde ik zeilen. Ik kon bijna eerder zeilen dan lopen. Op het water leerde ik een andere vorm van kijken: niet naar een object, maar naar een veld. Golfpatronen, stroming, winddruk, wolken, veranderende lucht – allemaal informatie over één en hetzelfde systeem.
Als je lang genoeg op het water zit, ga je anders waarnemen. Je kijkt niet meer naar losse gebeurtenissen, maar naar samenhang. Een schip is dan geen ding, maar een knooppunt in een veld van krachten. Precies zo ben ik later ook naar mensen en organisaties gaan kijken.
GGZ, ervaring en de onderlaag van systemen
In de GGZ kwam daar een andere laag bij. Als ervaringsdeskundige en professional zag ik hoe teams, afdelingen en hele ketens zich gedroegen als velden: met druklijnen, terugslag, ruis en zones waar niets meer echt kon landen.
Mijn gevoeligheid – vroeger vooral lastig – werd een precisie-instrument. Ik merkte waar mensen zichzelf kwijt waren, waar systemen hun eigen logica volgden in plaats van hun bedoeling, en waar woorden niet meer pasten bij wat er in het veld voelbaar was.
Van ervaring naar structuur: I · V · O
Op een gegeven moment viel alles samen: sterren, sciencefiction, golven, zeilen, GGZ, systemen. Ik had al jaren gewerkt met veldgevoel, maar er ontbrak een compacte taal om het over te brengen.
Die taal kwam in de vorm van drie eenvoudige letters:
- I – de waarnemer, het punt van bewustzijn
- V – de richting, de boeg, intentie in beweging
- O – het veld, de omgeving waarin alles samenkomt
Eerst was het een beeld: mijn schip als I, de boeg als V die het water doorsnijdt, en de zee als O – het veld van krachten waarin ik beweeg. Later zag ik dezelfde structuur terug in gesprekken, in teams, in organisaties en in mijn eigen bewustzijn.
I · V · O werd geen bedacht model, maar een samenvatting van iets wat al jaren zichtbaar was.
Waarom dit nog steeds het fundament is
Alles wat ik vandaag doe – van experimenten tot analyses in organisaties – komt uit deze lijn voort. Een leven lang golven, velden, systemen en bewustzijn kijken, tot er een structuur zichtbaar werd die overal weer terugkomt.
Dit is waarom Design by Authenticity geen methode is, maar een veldbenadering. Het model is compact, maar de weg ernaartoe was lang. De rest van deze site werkt die weg uit: in taal, in beelden en in experimenten.