NL · EN

Tijd wordt vaak behandeld als iets vanzelfsprekends.
Een achtergrond waartegen gebeurtenissen zich afspelen.
Een lijn die altijd loopt, ongeacht wat er gebeurt.

Binnen de IVO-lens is tijd geen uitgangspunt, maar een gevolg.

Tijd is niet de ruimte waarin beweging plaatsvindt.
Tijd verschijnt wanneer beweging ontstaat.

Zonder verschil is er geen opeenvolging.
Zonder richting is er geen vóór en na.

Een volledig symmetrisch veld kent geen tijd.
Er gebeurt niets, omdat er niets kan verschillen.

Binnen de IVO-lens ontstaat tijd wanneer richting (V) verschijnt binnen een context (O).

Dat moment — het doorbreken van symmetrie — is de eerste gebeurtenis.
Niet een gebeurtenis in de tijd, maar de gebeurtenis waarmee tijd begint.

Richting creëert opeenvolging.
Opeenvolging creëert tijd.

In diezelfde beweging verschijnt ook ruimte:
ruimte als differentiatie, als mogelijkheid voor verschil om zich te verspreiden.

De oerknal kan zo worden begrepen als een extreme vorm van asymmetrie.

Eerst was er mogelijkheid (O).
Toen ontstond richting (V).
Daarmee verschenen tijd en ruimte.

Maar dit is geen uniek, afgesloten moment.

De IVO-lens maakt geen onderscheid tussen kosmisch en lokaal:
hetzelfde proces herhaalt zich overal waar asymmetrie ontstaat.

Er is geen reden om aan te nemen dat het ontstaan van tijd en ruimte is gestopt na het begin van het universum.

Elke nieuwe asymmetrie:
– elke breuk in evenwicht
– elke richting die ontstaat
– elke beweging die verschil introduceert

→ genereert opnieuw tijd en ruimte, lokaal en relationeel.

Tijd is daarom niet één uniforme stroom, maar een meerschalig verschijnsel.
Waar weinig beweging is, is weinig tijd.
Waar veel verschil ontstaat, versnelt tijd.

Waarneming (I) is geen voorwaarde voor tijd, maar een gevolg ervan.

Eerst moet er beweging zijn.
Dan pas kan iets worden waargenomen.

Waarneming structureert tijd achteraf:
door geheugen, betekenis en continuïteit te vormen.

Maar tijd zelf ontstaat vóór interpretatie.

De aanname dat tijd altijd "loopt" verbergt wat er werkelijk gebeurt.

Tijd loopt niet.
Tijd wordt gegenereerd.

Wat wij ervaren als een continue stroom is het resultaat van voortdurende, overlappende processen van richting en verschil.

Klokken meten herhaling, niet tijd zelf.
Ze volgen ritme, niet ontstaan.

Binnen de IVO-lens is tijd:

  • geen fundamentele grootheid
  • geen onafhankelijke dimensie
  • geen universele achtergrond

Tijd is wat verschil doet wanneer het aanhoudt.

Tijd maakt beweging niet mogelijk.
Beweging maakt tijd zichtbaar.

Waar asymmetrie verschijnt, verschijnen tijd en ruimte mee.
Niet één keer, maar telkens opnieuw.