NL · EN

Mijn werk begint niet bij analyse, maar bij gevoeligheid. Bij de laag onder woorden. Geen methode, geen mystiek, maar een manier van waarnemen die mijn hele leven al met me meebeweegt.

Ik ben ervaringsdeskundige, systeemdenker en iemand met een gevoeligheid die jarenlang zowel last als kompas was. Nu is het een precisie-instrument dat exact laat zien waar coherentie ontstaat, waar ruis binnenkomt en waar een systeem zichzelf verliest.

Mijn gevoeligheid is geen verhaallijn. Het is mijn instrument.

Ik werk op de laag onder gedrag, onder overleg, onder strategie.

  • Ik voel wanneer iets klopt of breekt.
  • Ik zie structuur onder intentie.
  • Ik lees spanning die nog niet is uitgesproken.
  • Ik merk waar mensen of teams contact met zichzelf verliezen.
  • Ik registreer richting en druk in velden, vaak voordat het zichtbaar wordt.

Mijn blik is geen klassieke psychologie, geen data-analyse en geen managementtheorie. Het is bewustzijn, systeemgevoeligheid en veldlogica.

Lang voordat ik wist wat systemen waren, lag ik als kind uren naar de sterren te kijken. Niet om patronen te zoeken, maar om te begrijpen waar ik was. Wie ik was. Wat dit alles was.

Ik vroeg me af:

  • Wat is bewustzijn?
  • Wat is leven?
  • Waarom bestaat er iets in plaats van niets?
  • Wat betekent dood?
  • Wat doet het universum met ons — en wij met het universum?

Sciencefiction werd mijn eerste filosofische taal. Clarke, Asimov — denkers die voorbij de menselijke schaal keken. Geen fantasie, maar logica: ruimte, tijd, intelligentie, veldbewustzijn.

Ik volg nog steeds wekelijks de beelden van de James Webb-telescoop. Kosmologie, zwarte gaten, tijdsdilatatie, wormholes, donkere materie (waarvan ik voel dat de huidige theorie niet klopt) — het is altijd deel geweest van mijn manier van zien.

Bewustzijn als veld is voor mij geen spiritueel idee. Het is een kosmische logica.

Asimov gaf me mijn eerste ethisch kader. Zijn robotwetten gingen nooit écht over robots, maar over één vraag:

Wat is verantwoordelijkheid?

En nog dieper: Hoe moet bewustzijn handelen wanneer het invloed heeft?

Die lagen vormen nog steeds de basis van mijn denken — de spanning tussen vrijheid, richting en moraliteit. Later, toen ik bewustzijn begon te zien als veld in plaats van individu, werd dat nóg relevanter:

  • Verantwoordelijkheid is systemisch.
  • Keuze is interferentie.
  • Veiligheid en vrijheid zijn patronen.
  • Ethiek is architectuur.

Daarom ben ik scherp op machtsdynamiek, rolzuiverheid en ruis. Als bewustzijn een veld is, beïnvloedt alles alles.

Ethiek is geen bijlage. Het ís het model.

Twintig jaar werkte ik in het theater en in de wereld van rock-'n-roll. Alles daar bestaat uit golven: licht, geluid, interferentie, fase, timing, signaal-naar-ruis.

Als één golf niet klopt, valt het hele systeem om.

Tegelijkertijd zeilde ik al vanaf mijn jeugd. Ik kon bijna eerder zeilen dan lopen. Water lezen werd mijn tweede natuur: rimpelingen, druklijnen, stroming, interferentie.

Daar ontstond mijn eerste natuurlijke bewustzijnsmodel:

  • I als mijn boot — het punt van waarnemen
  • V als de boeg — de richting waarin ik snijd
  • O als het water — het veld waar ik doorheen beweeg

Een boot is nooit een object. Het is relatie — richting, weerstand, flow, terugkoppeling.

Lichtgolven. Geluidsdruk. Water. Interferentie. Bewustzijn.

Het double-slit experiment werd voor mij geen theorie, maar herkenning: bewustzijn beweegt als een golf tot je kijkt — en wordt dan vorm.

Dat inzicht werd het hart van mijn werk: bewustzijn als dynamiek tussen potentie en keuze, veld en richting.

In de GGZ ontdekte ik dezelfde golflogica, maar dan in mensen. FACT-teams, crisisdynamiek, herstelgroepen — menselijke velden waarin spanning, veiligheid en rolhelderheid bepalen of iets kan landen.

Systemen gedragen zich als water: ze kunnen dragen, golven, verstillen of breken.

Daar werd mijn gevoeligheid geen last maar een precisie-instrument. Ik zag wat mensen niet konden uitspreken en wat teams niet durfden benoemen.

Als kind haalde ik alles uit elkaar: apparaten, motoren, computers. Niet om te slopen, maar om te begrijpen hoe een systeem echt werkt.

Later werden dat: organisaties, velden, besluitstructuren, bewustzijnsdynamiek.

De vraag is altijd dezelfde gebleven:

Wat draagt dit? Wat klopt hier? Waar komt dit vandaan?

Toen alle lagen samenkwamen — sterren, ethiek, golven, techniek, zeilen, GGZ, systemen, superpositie — vond ik taal voor wat ik al die tijd deed.

Geen theorie. Geen framework. Maar een compact kompas:

  • I — waarnemer
  • V — richting
  • O — veld

Dit model is geen construct, maar een herkenning. Een samenvatting van hoe bewustzijn en systemen zich werkelijk gedragen.

Het vormt de basis van al mijn werk.

Design by Authenticity is mijn onderzoeksveld:

  • het I–V–O model
  • coherentie en decoherentie
  • velddynamiek
  • experimenten
  • analyses van systemen die werken — en systemen die breken
  • een taal voor wat we normaal niet durven benoemen

Geen project, maar een levende structuur. Een veld dat zich blijft openen.

Omdat helderheid vrijheid geeft. En omdat mensen, teams, organisaties en velden exact weten hoe ze willen bewegen zodra iemand eindelijk weer ziet wat er echt gebeurt.

Mijn werk gaat niet over controle. Het gaat over logica. Over richting. Over flow. Over waarheid onder de ruis.

Verken de structuur. Lees het model. Doe een experiment. Of blijf even in de ruimte tussen twee golven.

Je merkt vanzelf waar iets begint te kloppen.