Vier manieren waarop een systeem kan bewegen.
Continu — adem — sprong — breuk.
Geen renders. Geen montage. Gewoon observatie.
Bewegingspatronen uit een I · V · O systeem.
Vier manieren waarop een systeem kan bewegen.
Continu — adem — sprong — breuk.
Geen renders. Geen montage. Gewoon observatie.